noyenhistoriek1970.jpg

Eric verkoopt aan een groeiend aantal grossiers en beenhouwerijen. Ook het hoveniershuisje is al snel te klein. Begin jaren zeventig wordt een eerste grote uitbreiding gerealiseerd. Het zal niet de laatste zijn.
 
De paardenlookworst scoort
Voor een paardenlookworst moet je bij slager Colle zijn in de Brugse Poort. In zijn topjaren verkocht Colle zelfs tot tweeduizend worsten per week. Maar de fut is er intussen een beetje uit en in 1978 besluit Colle om zijn beenhouwerij te sluiten. De klanten trekken bezorgd aan zijn mouw. Waar gaan ze hun geliefde paardenlookworst nu nog vinden? Slagerij Colle is hun laatste adres in Gent. De worst is op sterven na dood.
Eric Noyen is geïnteresseerd om het recept over te kopen, maar hij maakt zich aanvankelijk wel zorgen over de specifieke geur en smaak van knoflook. Zal dat niet teveel in de machines blijven hangen en alles een andere smaak geven? Na een paar proeven is hij gerustgesteld: de look is perfect weg te spoelen.
De verkoop van de Gentse Paardenlookworst overtreft al snel de stoutste verwachtingen. Niet alleen de slagers hebben er zin in, maar ook de frituren en cafés plaatsen alsmaar grotere bestellingen. De worst was bijna in de vergetelheid gesukkeld, maar staat plotseling terug op elke kaart. Na vijf jaar verkoopt Noyen meer dan 20.000 stuks per week.
Vandaag wordt de typisch Gentse Paardenlookworst erkend als een lokaal streekproduct.