noyenhistoriek1950.jpg

Pronken met billen op Pasen
Boucherie du Nord groeit uit tot één van de beste beenhouwerijen in Gent, een reputatie waar elke dag hard aan gewerkt wordt. Maar vooral in de weken voor Pasen hangt er stress in de beenhouwerij. Het is in de jaren vijftig nog gebruikelijk dat topbeenhouwerijen met Pasen een prijsetalage maken. Ze pakken daarin uit met hun beste billen, de wedstrijdprijzen die hun beesten wonnen en een prachtig versierde en overdadig gevulde etalage om mee te pronken.
Het is een tijd waarin vlees nog beschouwd wordt als een luxeproduct. Koelkasten zijn nog niet tot in elke keuken doorgedrongen. Als mensen al vlees kunnen kopen, wordt het meestal diezelfde dag nog opgegeten. Alleen de goed draaiende beenhouwerijen met veel klanten kunnen dus met een rijkelijk gevulde prijsetalage uitpakken. Boucherie du Nord speelt mee in die topklasse.
 
Fricandon in potjes
In de jaren vijftig maken Eric en Marc Noyen zich klaar om in de voetsporen van hun vader te treden. Niet alleen door in de zaak te helpen, maar ook door 1 dag per week naar de vakschool te gaan. Na 7 jaar mogen ze zichzelf patron noemen. Eric brengt zelfs de laureaatmedaille van zijn klas mee naar huis. De jongens hebben op school leren charcuterie maken. Hun zelfgemaakte fricandon in kleine potjes en kalfskop in tomatensaus is meteen een schot in de roos bij de klanten. Het is zelfs zo'n groot succes dat ook de vleeswarenhandelaars, andere beenhouwers en marktkramers komen aankloppen. De bestellingen worden elke week groter en de werkplaats van Boucherie du Nord barst uit haar voegen.