Voor 1 frank per uur
Het verhaal van het familiebedrijf begint te rollen in 1914, net voor het losbarsten van de Groote Oorlog. Julien Noyen is een West-Vlaamse boerenzoon uit een gezin van twaalf. Hij groeit op in St.Rijkers, een klein gehucht bij het dorpje Alveringem en lijkt voorbestemd om 'bachten de kuype' in de boerenstiel te blijven werken. Tot hij op een dag te horen krijgt dat je in het slachthuis van Gent 1 frank per uur kunt verdienen.
 
Van Alveringem naar Gent
Veel West-Vlamingen luisteren met ongeloof naar de lokroep van het Gentse slachthuis. ‘Zoveel geld, dat zal toch niet blijven duren,' wordt er op de West-Vlaamse velden geroepen. Maar de 19-jarige Julien vindt dat hij niets te verliezen heeft en vertrekt vol goeie moed naar de Oost-Vlaamse hoofdstad. 
Bij zijn aankomst wordt hij onder de beschermende vleugels genomen van Pier en Vierge, een bevriend koppel uit Alveringem die de jonge avonturier maar al te graag wegwijs maken. Ze hebben net een kapsalon geopend in de Noordstraat, waar Julien jaren later zijn eigen beenhouwerij zal uitbaten.
 
De stierenspringer
Als boerenzoon heeft Julien geleerd om met dieren om te gaan en om hard te werken. Maar van vlees weet hij alleen dat het lekker smaakt. Toch wordt Julien meteen aangenomen in het slachthuis, waar hij al snel de kneepjes van het beenhouwersvak leert. Maar dan kondigen zich vier zware oorlogsjaren aan. Het slachthuis wordt streng gecontroleerd door de Duitse bezetter. Op een dag daagt een Duitse officier hem uit om over een stier te springen in de lengte. Er zit niets anders op dan gehoorzamen en springen.
Bij de eerste poging botst hij tegen de stier, de tweede keer zit hij er vanboven op. De Duitse officier geniet van zijn vernederend spelletje. Maar bij een derde sprong geraakt Julien als bij wonder tot over de stier. De Duitse officier loopt geërgerd weg en Julien is de nieuwe held van het slachthuis. Het verhaal wordt nog jaren doorverteld en aangedikt. Maar de legendarische ‘stierenspringer' is er intussen al lang vandoor.